Oost meets west

Shiatsu (shi = vinger, atsu = druk) is een manier van lichaamstherapie of massage, waarbij energiebanen in het lichaam (‘meridianen’) worden gestimuleerd en gestrekt om zo te komen tot ontspanning en een betere gezondheid.

Shiatsu wordt dikwijls in de wellness-sector gebruikt, om mensen te helpen de gejaagdheid en de stress van het huidige westerse bestaan even opzij te zetten. Daarnaast wordt in Azië, maar tegenwoordig ook in het westen, shiatsu gebruikt als gezondheidstherapie. Het maakt dan deel uit van een groter medisch systeem (‘Traditionele Chinese Geneeskunde’). Regelmatig behandelde klachten zijn: rug- en nekpijn, migraine, menstruatieklachten, spijsverteringsproblemen, astma, sportblessures, emotioneel onevenwicht en mentale rusteloosheid.

De manier waarop shiatsu werkt, is vergelijkbaar met acupunctuur. Maar in plaats van met naalden op bepaalde punten te werken, werkt een shiatsutherapeut met de handen (of ellebogen, voeten, …) op de gehele meridianen (dit zijn dan verbindingen van alle drukpunten, zie afbeelding).

De shiatsutherapeut probeert niet enkel het fysische aspect van de cliënt te begrijpen, maar ook het emotionele, psychologische en spirituele. Hij of zij bekijkt dus het hele plaatje en gelooft ook dat alle niveaus elkaar beïnvloeden en invloed hebben op de energie van een persoon. De diagnose gebeurt op verschillende plaatsen: pols, rug, hara (buik) of visueel (gezicht, lichaamshouding, …). Vervolgens wordt op die meridianen gewerkt waar de stroming te hevig of te zwak is, geblokkeerd is, of in de verkeerde richting gaat.

BRONNEN:
1) ‘Shiatsu in theorie en praktijk’ van Carola Beresford-Cooke – Altamira-Brecht – 2001
2) ‘Het shiatsuhandboek’ van Gerry Thompson – Michon-Helmond – 1996